China tweede economie ter wereld (23/08/2010)
De economische groei in China bedroeg in het tweede kwartaal 10,3 %, t.o.v. 0,4 % in Japan. China produceerde meer dan zijn buurland en wipt over Japan als 's werelds tweede economie (na de VS).
Oude reus neemt zijn plaats terug in
Het voorbije decennium liet China een gemiddelde groei op jaarbasis optekenen van zowat 10 %. De basis voor die cijfers werd gelegd eind de jaren '70 door de hervormingen van Deng Xiaoping. Tussen 1973 en 1999 bedroeg de gemiddelde groei op jaarbasis van de Chinese economie 6,8 %, in Japan bedroeg dat cijfer slechts 3 %. Door die steile opmars de voorbije decennia knoopt China weer aan met zijn verleden als economische grootmacht. Van de 15de tot de 19de eeuw was het land 's werelds belangrijkste economische mogendheid. De achteruitgang van de Chinese economie begon in 1840 en duurde meer dan een eeuw. In 1950 bedroeg het Chinese bbp geen 2/3 meer van wat het was geweest in 1820. Ondanks die implosie was het pas tegen het einde van de 19de eeuw dat China werd voorbijgestoken door de VS als 's werelds grootste economie. En wees maar zeker dat nu ze weer op nummer twee staan, ze vroeg of laat ook die eerste stek ambiëren!Duizelingwekkende vooruitgang
De duizelingwekkende vooruitgang die China de voorbije decennia boekte, werd lange tijd wat onderschat. Het land mocht dan al hoge groeicijfers voorleggen, het vertrok van een zeer zwakke basis. Nu neemt iedereen de Chinezen wel ernstig. Sinds ze in 2001 lid werden van de WTO boomt de Chinese export en zijn producten "Made in China" omnipresent op onze markten. De Chinese vraag naar grondstoffen leidde tot een verhoging van de wereldwijde vraag en tot hogere prijzen voor iedereen. In 2009 stak China Duitsland voorbij als 's werelds grootste exportland, en het werd ook 's werelds grootste energieverbruiker en 's werelds grootste automarkt (telkens voor de VS).Nog veel potentieel over
De kans is heel groot dat China ook in de toekomst veel betere economische resultaten zal neerzetten dan de westerse industrielanden (VS, Japan, Europa),die gebukt gaan onder hoge overheids- en private schulden. Zowat overal kijkt men aan tegen jaren van bezuiniging en in sommige landen zullen de gezinnen, die dankzij een (te) vlotte toegang tot krediet jarenlang overvloedig hebben geconsumeerd, opnieuw een consumptieniveau moeten vinden dat meer in de lijn ligt van hun daadwerkelijke inkomsten. En dat zal wegen op de groei. In China liggen de kaarten helemaal anders. Ten eerste omdat het land over de middelen beschikt om zijn groei te financieren. De Chinese wisselreserves zijn veruit de grootste ter wereld. Ten tweede omdat arbeidskracht er goedkoop blijft, ondanks loonstijgingen van 15 à 20 %. Als de wereldwijde handel opnieuw aantrekt, is China klaar om daarvan te profiteren. De loonstijgingen zijn trouwens een goede zaak om de Chinese groei (te afhankelijk van export en investeringen) meer in balans te krijgen door de middenklasse meer koopkracht te geven en zo een sterkere binnenlandse markt te creëren die de groei duurzaam kan trekken.







