Als een duivel uit de doos (11/02/2010)
Verrassing! De meerwaardebelasting bij obligatiefondsen kan soms lelijk huis houden.
Sinds begin 2008 betaalt u bij de verkoop van uw obligatiefonds roerende voorheffing op de meerwaarde van uw fonds. Dat die meerwaardebelasting totaal geen rekening houdt met wisselkoersresultaten kan voor onaangename verrassingen zorgen, bewijst het voorval van een lezer.
Het zal u maar overkomen. U belegt sinds jaar en dag in een
fonds dat belegt in obligaties in Amerikaanse dollar en besluit te verkopen. Het
eindresultaat valt echter tegen. De inventariswaarde van het fonds, uitgedrukt
in dollar, ging weliswaar vooruit, maar de zwakke vorm van het groene biljet
tempert de winst aanzienlijk na omzetting van uw dollars in euro.
Maar
daarmee is de kous niet af. Omdat het fonds onderworpen is aan de
meerwaardebelasting, roomt Vadertje Staat doodleuk 15 % af van het
merendeel van uw meerwaarde … in dollar. Daardoor levert uw belegging in haar
totaliteit zelfs een nog groter verlies op. Dat is immers mogelijk omdat de
meerwaardebelasting totaal geen rekening houdt met winsten of verliezen op de
wisselkoers.
BELASTING ZEGT U?
· Ter herinnering. Begin 2008 kwam de
regering op de proppen met een meerwaardebelasting van 15 % op de verkoop
van fondsen met meer dan 40 % in vastrentende producten in
portefeuille. Thesauriefondsen, obligatiefondsen en sommige gemengde fondsen
vallen daardoor onder de belasting. Dat is het geval voor alle
kapitalisatiefondsen en voor distributiefondsen die niet expliciet in hun
statuten vermelden dat ze minstens 90 % van hun roerende inkomsten
uitkeren. Een laatste voorwaarde is dat het fonds over een Europees
paspoort beschikt. Dat geldt echter voor het gros van de in ons land
verdeelde fondsen.
· In het schema
vindt u een handleiding bij de meerwaardebelasting. De exacte berekening ervan
is geen sinecure en in de meeste gevallen kunt u daarvoor helaas enkel bij uw
financiële tussenpersoon terecht.
– Dat zal zeker het geval zijn indien uw
aankoop dateert van na januari 2008 en het fonds een zogenaamde ‘taxable
income per share’ (TIS) berekent, zijnde alle renteopbrengsten minus de
minderwaarden van het fonds. U zult dan 15 % roerende voorheffing betalen
op het verschil tussen de TIS bij verkoop en de TIS op het moment van
aankoop.
– Is de TIS echter niet gekend of dateert uw aankoop van vóór 2008,
dan geldt het zogenaamde forfaitaire systeem waarbij de
netto-inventariswaarde (NIW) van het fonds bij verkoop wordt afgetrokken van de
NIW van het fonds bij aankoop (met uiterste terugloopdatum 1/7/2005). Dat
verschil wordt dan nog eens gecorrigeerd met het percentage van vastrentende
beleggingen in de portefeuille. Het resultaat wordt eventueel omgezet in euro
waarna er 15 % voorheffing op gevorderd wordt.
CONCREET VOORBEELD
· Onze lezer koopt op 14/12/2004 deelbewijzen
van KBC Renta Dollarrenta (**), een fonds dat noteert in Amerikaanse
dollar (USD), tegen een inventariswaarde van 785,71 USD. Hij besluit te
verkopen op 23/11/2009 tegen 952,39 USD.
Hoe zal de meerwaardebelasting in dat geval nu berekend
worden?
– Omdat de aankoop vóór 2008 plaatsvond, is het forfaitaire systeem
van toepassing. De fiscus zal daarbij geen rekening houden met de werkelijke
aankoopprijs maar teruggaan tot 1/7/2005. Toen bedroeg de NIW van het fonds
805,2 USD. Het verschil tussen de NIW bij verkoop en die bij (fiscale)
aankoop is 147,19 USD.
– Dat bedrag wordt nu gecorrigeerd met het
percentage cash en obligaties in het fonds op het moment van verkoop. Volgens
KBC was dat 70,66 %. In totaal levert dat nu een bedrag op van 104 USD
(= 147,19*0,7066).
– Dat bedrag wordt nu omgezet in euro tegen de
wisselkoers op het moment van verkoop. KBC rekende 0,6581 EUR aan per
dollar. Daarmee komt de meerwaarde in euro uit op 68,44 EUR (= 104 *
0,6581).
– De roerende voorheffing van 15 % op dat bedrag is
10,27 EUR per deelbewijs. Dat is voor onze belegger een kostprijs van
1,7 % ten opzichte van het aankoopbedrag.
· Het eindresultaat? Met zijn belegging won
onze lezer 35,23 EUR per deelbewijs. Dat is een winst van 6 % op zijn
begininvestering. De fiscus roomt daar nu 30 % van af door de voorheffing
van 10,27 EUR.

WISSELKOERSDISCRIMINATIE
· En nu wordt het helemaal absurd. Als
datzelfde fonds de inventariswaarde in euro had uitgedrukt in plaats van in
dollar, iets wat bijvoorbeeld vaak voorkomt bij Angelsaksische fondsen die
noteren met meerdere muntklassen, dan had onze lezer in dit geval geen roerende
voorheffing betaald. Zijn winst zou dan ook 35,23 EUR per deelbewijs zijn.
Dat komt omdat er bij de berekening van de meerwaardebelasting geen rekening
wordt gehouden met eventuele wisselkoersschommelingen. En die zijn er in de
praktijk altijd.
· In de grafiek
hebben we de evolutie opgenomen van het KBC-fonds in USD (vet) en in EUR (dunne
lijn) zoals die door de fiscus wordt aanzien (vanaf startdatum 1/7/2005).
In
dollartermen is duidelijk de meerwaarde te zien waarop de roerende voorheffing
wordt berekend. Maar indien datzelfde fonds in euro had genoteerd (dunne lijn),
dan was er bij verkoop op dat moment geen sprake van een meerwaarde en dus ook
niet van een roerende voorheffing.
KBC RENTA DOLLARENTA IN USD (vet) EN IN EUR (basis 100)

Vanuit de ogen van de fiscus. Het fonds boekte een winst in dollar (vette lijn), maar het zwakke groene biljet zorgde finaal voor een verlies in euro (dunne lijn).
WAT KUNT U HIERUIT LEREN?
· Het omgekeerde geldt
ook. Bij een stijgende dollar zal een fonds in euro fiscaal meer benadeeld
worden dan een fonds uitgedrukt in dollar. Dat komt omdat de stijging van de
munt automatisch vervat zit in de evolutie van het fonds in euro. Daardoor zal
de meerwaarde meegroeien. Voor een fonds uitgedrukt in dollar heeft een
wisselkoersschommeling immers geen impact in hoofde van het fonds zelf.
· Belegt u in een fonds in obligaties in
vreemde munt, dan doet u dat veelal omdat u in het potentieel van die munt
gelooft. Hebt u daarbij de keuze uit muntklassen, kies dan altijd voor de
muntklasse waarin het fonds ook zelf belegt. Komt het muntpotentieel inderdaad
tot wasdom, dan zal de fiscus u daar minder zwaar op belasten bij de verkoop van
dat fonds.







