Voor "light" internettarieven
De internationale vergelijking van internettarieven in het juninummer van Test-Aankoop maakt duidelijk dat België steeds verder wegzakt in de rangschikking van voordelige landen. De kloof tussen België en de buurlanden wordt groter zowel op het vlak van prijs als van technische kwaliteit. Voor een gemiddelde gebruiker schommelt de prijs bij de buurlanden voor de meeste goedkope formules tussen € 15 en € 20. Bovendien zijn ze ook van betere kwaliteit en is er geen beperking op het transfervolume, terwijl de formules bij de belangrijkste Belgische providers (Coditel, Voo, Telenet, Belgacom) rond de € 45 schommelen met daar bovenop volumebeperkingen, waarbij nog een supplement betaald moet worden om ze op te heffen. De enige lichtpuntjes zijn enkele zeldzame aanbiedingen die in de buurt van de beste Europese aanbiedingen komen. Jammer genoeg blijft het werkterrein van deze Belgische voortrekkers momenteel beperkt tot bepaalde regio’s of zelfs bepaalde steden (voor E-Leven, Dommel). De Belgische surfer wordt gestraft omwille van een gebrek aan concurrentie en transparantie op de markt, en dit in weerwil van het toezicht door de Belgische overheid en zijn regulator. Test-Aankoop eist drastische maatregelen om de Belgische tarieven “lighter” te maken: vermindering van het aandeel van de Staat in Belgacom, doeltreffende tussenkomsten van de mededingingsautoriteiten en de regulator om een gezonde concurrentie te waarborgen. Test-Aankoop vraagt tevens dat men de internetproviders verplicht om een standaard informatiefiche te publiceren waar de belangrijkste informatie voor de gebruiker samengevat wordt. Dit komt de transparantie ten goede en laat de gebruiker toe om makkelijker te vergelijken. Test-Aankoop pleit tot slot voor een vergoedingssysteem voor gebruikers die problemen ondervinden (bv. zonder internetverbinding vallen) wanneer ze van provider wisselen.
Test-Aankoop zet zijn rekenmodule voor internetproviders tot einde juni open voor alle consumenten zodat ze een goedkopere formule kunnen vinden: www.test-aankoop.be
Internet voor iedereen? Test-Aankoop onderzoekt…
Informatie opzoeken, aankopen doen, een reis reserveren, in contact blijven met vrienden: het internet is niet meer weg te denken en dat zal in de toekomst nog sterker tot uiting komen. Het is dus essentieel dat de consument kan beschikken over een degelijke verbinding tegen een redelijke prijs. Hoe verhoudt België zich op dat vlak ten opzichte van andere Europese landen? Test-Aankoop legde vergelijkbare formules uit verschillende landen naast elkaar.
Vier profielen om te vergelijken
Met het oog op een internationale vergelijking van de kosten voor breedband definieerde Test-Aankoop eerst drie profielen op basis van de surfgewoonten van de Belgen: een occasionele, een gemiddelde en een intensieve gebruiker. De verschillen zitten in de downloadsnelheid, de verzendsnelheid (upload) en het toegelaten maandelijkse transfervolume. Die representatieve profielschetsen vulde de consumentenvereniging nog aan met een vierde mogelijkheid: de combinatie van een gemiddeld internetgebruik met onbeperkt bellen via een vaste lijn.
Daarna analyseerde Test-Aankoop zo'n 120 gecommercialiseerde formules van providers uit 7 Europese landen en behield die formules waarvan het aanbod vergelijkbaar is met de 4 profielen die als typisch voor de Belgische markt werden beschouwd. Voor elk land en elk profiel publiceert Test-Aankoop de formule van de vroegere monopolist, het goedkoopste adsl-aanbod, het goedkoopste kabelaanbod en het goedkoopste aanbod met ontdubbelde lokale lus (geen abonnement meer bij de vroegere monopoliehouder).
Slechter dan België is vrijwel onmogelijk
De landen die in het vorige onderzoek van Test-Aankoop al de eerste plaatsen innamen, blijven nu doorgaans ook goed scoren. Frankrijk, Nederland en Duitsland bekleedden vroeger al veelal de eerste plaatsen. Nu voegt het Verenigd Koninkrijk zich ook bij die groep van voordelige landen.
Een enkele uitzondering zoals Italië niet te na gesproken, staan de formules van de vroegere monopoliehouders onderaan de rangschikking. Dat is in het bijzonder het geval voor Belgacom. Onze vroegere monopolist is, met uitzondering van het profiel van de occasionele gebruiker, terug te vinden op de laatste drie plaatsen en is dus veel duurder dan de meeste Europese formules.
De Belgische kabelproviders doen het evenmin goed. Ook zij zitten met hun formules vaak erg laag in de ranking. Ze zijn daarmee mijlenver verwijderd van de voordeligste Europese kabelformules.
Toch een klein lichtpunt in dit trieste Belgische landschap: hier en daar is er toch een formule die in de nabijheid komt van de goedkoopste Europese formules. Helaas blijft de actieradius van die pioniers op dit moment beperkt tot bepaalde regio's, soms zelfs tot bepaalde steden.
Wat nog het meest tegen de borst stuit, is de evolutie van de tarieven bij de twee machtigste Belgische operatoren: Belgacom en Telenet. Sinds 2005 zijn we getuige van een stagnatie, om niet te zeggen een verhoging van de prijzen. Daarbij komt nog dat beide elkaar qua tarieven en commerciële strategie voortdurend lijken na te apen. Zo lanceerden ze kort na elkaar een instapformule tegen dezelfde prijs (€ 20) met vergelijkbare technische kenmerken. De mededingingsautoriteiten (die nog steeds kampen met weinig middelen en slagkracht) moeten dit absoluut onderzoeken, zo meent Test-Aankoop. De onverdeelde dominantie op hun respectieve markten (kabel en ADSL) zorgt voor ernstige stoornissen op de Belgische vrije markt, ten nadele van de consument.
Waarom toch?
Begin 2000 zat België bij de koplopers wat de snelheid en de gunstige prijs van breedbandverbindingen betreft. Sindsdien werden de Belgische formules dubbel en dik voorbijgestoken door formules uit andere Europese landen.
Wat ligt aan de basis van zoveel middelmatigheid? Het gebrek aan gezonde concurrentie, de invloed van de Staat in Belgacom en de gebrekkige slagkracht van de instanties die moeten toezien op de marktregulering.
De Belgische internetmarkt is inderdaad absoluut geen vrije markt. Belgacom heeft meer dan 70 % van de adsl-markt in handen. Door die dominante positie kan Belgacom moeiteloos de sector in een wurggreep houden en ongemeen hoge tarieven blijven opleggen. Om hier een einde aan te stellen zouden de alternatieve operatoren moeten worden gestimuleerd te investeren in wat men de ontdubbeling van de lokale lus noemt. Daardoor zouden ze onafhankelijker worden van Belgacom: elke provider zou zo immers toegang hebben tot het netwerk tegen een redelijke vergoeding. En de concurrentie zou uiteindelijk natuurlijk de consument ten goede komen.
Op het vlak van de kabelproviders is de monopoliesituatie vergelijkbaar met die van Belgacom. In Vlaanderen is Telenet almachtig, in Brussel Coditel en in Wallonië Voo.
Ook de overheid heeft een grote verantwoordelijkheid in het uitblijven van echte concurrentie. Zij bezit immers meer dan de helft van de aandelen van Belgacom en heeft er totaal geen belang bij zich van die geldmachine te ontdoen. Jaarlijks brengt ze immers gemiddeld zo'n 300 miljoen euro in het laatje. De Staat is dus in deze geen objectieve partner. Trouwens, de Belgische overheid blinkt uit in vertragingsmanoeuvres wanneer het erop aankomt Europese beslissingen ter bevordering van de concurrentie in de praktijk te brengen. De verschillende beslissingsniveaus in ons land vergemakkelijken de situatie al evenmin.
Tot slot moet het BIPT (Belgisch Instituut voor Post en Telecommunicatie), de waakhond van een goede marktwerking, het stellen zonder de nodige financiële middelen en mankracht. En ook in die instantie heeft de politiek vanzelfsprekend een vinger in de pap …
Test-Aankoop stelt zijn eisen
De Belgische surfer is dus duidelijk de dupe. Test-Aankoop schuift een eisenpakket naar voor om de internetmarkt in ons land te verbeteren:
1. Een functionele scheiding tussen de netwerkbeheerder en de dienstenverstrekker Belgacom, vooral wanneer de fusie Scarlet – Belgacom aanvaard wordt (dan bijna 90% marktaandeel voor ADSL);
2. Werkelijke ondersteuning van breedbandinternet door middel van een actief beleid van ontdubbeling van de lokale lus;
3. Een grotere onafhankelijkheid van het BIPT. De Belgische regulator staat op de 16e plaats van een totaal van 19 controleorganen in Europa. Zij moeten zich o.m. buigen over de marges die gerealiseerd worden inzake breedbandinternet, m.a.w. het grote verschil tussen groothandelsprijs en detailprijs;
4. Een vermindering van het aandeel van de Belgische staat in Belgacom om belangenconflicten te vermijden;
5. De providers verplichten om de consument een standaardfiche te bezorgen waarop de technische gegevens van het aanbod staan zodat de consument een vergelijking kan maken;
6. Voorzien in een systeem van financiële compensatie voor gebruikers die problemen ondervinden, a fortiori zonder internetverbinding raken, bij de overstap van de oude naar de nieuwe provider.
Tot einde juni kan u een light-formule voor internet vinden op www.test-aankoop.be
(tariefsimulator toegankelijk voor iedereen). Of via 02/542 32 32

Favorieten |
Email |
Google |
Myspace |
Facebook |
Live |
Digg |
Del.icio.us |
Msn Reporter |
Bligg |
StumbleUpon |
Favorieten
Email
Google
Myspace
Facebook
Live
Digg
Del.icio.us
Msn Reporter
Bligg
StumbleUpon