Internettarieven : gebrek aan concurrentie houdt prijzen hoog
Sinds 2005 hekelt Test-Aankoop de hoge tarieven voor breedbandinternet in België. We zijn intussen 5 jaar later en er is, ondanks het feit dat we herhaaldelijk aan de alarmbel trokken, niets veranderd. Het gebruik van het internet is in ons land nog steeds een pak duurder dan in de ons omringende landen: volgens de Europese Commissie betaalt de consument in België gemiddeld € 44 per maand, terwijl dat in de rest van Europa slechts € 37 is. Vooral de twee grote providers, Belgacom en Telenet, die samen goed zijn voor 90 % van de Belgische internetaansluitingen, houden dat gemiddelde hoog. Meer nog, in vergelijking met 2005 zijn de populairste formules van Belgacom en Telenet zelfs duurder geworden. En dit kan niet zomaar worden toegeschreven aan de gestegen downloadsnelheid. De prijs die de consument uiteindelijk moet betalen, blijft te hoog. En nog te vaak wordt het downloadvolume beperkt, iets wat in de rest van Europa al lang ondenkbaar is. Ook bij double en triple play zijn er factoren die de rekening doen oplopen. Bij de combinatie van het internet en telefonie wegen vooral de gesprekskosten zwaar door. Bij een combinatie met digitale tv speelt het gebrek aan concurrentie nog het meest: alternatieve providers kunnen zich niet op deze markt begeven omdat ex-monopolist Belgacom een te hoge prijs vraagt voor het gebruik van zijn netwerk. Daarom dringt Test-Aankoop aan op een functionele scheiding, waarbij er naast het telecombedrijf Belgacom ook een onafhankelijke netwerkbeheerder komt die alle providers op een gelijkwaardige manier toegang geeft tot dat netwerk. Dezelfde evolutie zou zich moeten voltrekken op het gebied van de kabel. Ook hier moet het netwerk van de grote, regionale operatoren ter beschikking worden gesteld van alternatieve operatoren. Daarnaast moet de Staat zijn belang in Belgacom afbouwen, het BIPT moet daadkrachtig optreden en de politiek moet overgaan tot actie. Om deze eisen kracht bij te zetten, lanceert de consumentenorganisatie een petitie op www.test-aankoop.be, in de hoop de publieke opinie te mobiliseren en de politici wakker te schudden.
Een vergelijking…
Test-Aankoop onderzocht welke keuze de Belg heeft voor een internetaansluiting en voor de combinaties met telefonie en eventueel digitale tv (double en triple play). Wat betreft internet werd uitgegaan van een gemiddeld profiel, met een minimum downloadsnelheid van 4 Mbps en een limiet van 15 GB per maand. Alle aanbiedingen voor breedbandinternet werden vergeleken en gerangschikt op basis van de prijs. De combinaties werden vergeleken op basis van verschillende profielen, al naargelang het gebruik van vaste telefonie.
Hoogste internettarieven bij Belgacom en Telenet
Bij een vergelijking van de internettarieven van alle Belgische providers bengelen Belgacom en Telenet helemaal onderaan. Ze kosten dubbel zoveel als de internetverbinding van ADSL20. En de “grote twee” lijken ook niet zinnens hun prijzen te verlagen. Integendeel, ze houden ze eerder kunstmatig hoog. Aangezien de prijs per Mbps de laatste jaren is gedaald, zouden we denken dat de internetprijzen vanzelf naar beneden zouden gaan. Maar door de downloadsnelheid te verhogen (van 4 naar 12 Mbps bij Belgacom en van 10 naar 15 Mbps bij Telenet) wordt deze daling meteen weer teniet gedaan.
Extra gigabytes en gesprekskosten doen rekening oplopen
En de operatoren blijken geen genoegen te nemen met de hoge abonnementskosten, ze hebben nog andere manieren om de consument meer te doen betalen. Zo is het maximale downloadvolume bij bijna elke internetformule beperkt, zodat wie meer wil downloaden daar extra voor moet betalen. Dat gaat van € 0,30 per GB bij de regionale provider Dommel tot € 1 per GB bij Telenet en € 5 voor een pakket van 5 GB bij Belgacom.
Wie kiest voor double play, een combinatie van het internet en vaste telefonie, moet ook dubbel opletten: hier wordt de eindafrekening niet zozeer bepaald door de abonnementskosten, maar wel door de gesprekskosten. De verschillen tussen de providers lopen op van tientallen tot honderden euro’s. Daarom moet de consument bij het kiezen van een telefoonformule zowel het eigen gebruik als de aanbiedingen van de providers goed afwegen.
Belgacom en de kabeloperatoren blokkeren de triple-play-markt
Een steeds groter deel van de telecommarkt wordt ingenomen door de triple play, de combinatie van internettoegang en telefonie aangevuld met digitale tv. Het is vooral deze markt die te lijden heeft onder een schrijnend gebrek aan concurrentie. Naast Belgacom en de kabelproviders zijn er geen alternatieven voor wie digitale tv wil. Het netwerk van Belgacom staat wel open voor de kleinere providers, maar de ex-monopolist vraagt een veel te hoge prijs voor het gebruik ervan en maakt op die manier misbruik van zijn machtspositie om mogelijke concurrenten van de markt te weren. Hetzelfde geldt voor de kabel: de grote operatoren zijn almachtig en er kan zich geen enkel alternatief aanbod ontwikkelen.
Pack is niet altijd voordelig
Voor triple play worden vaak pakketten aangeboden, de zogenoemde packs, maar die zijn niet altijd voordelig. Enkel wie zowel voor het internet, telefonie als digitale tv een beroep wil doen op dezelfde provider, kan beter zo’n pack nemen. Numéricable is dan de beste oplossing, maar die is beperkt tot Brussel. In Vlaanderen heeft Scarlet een streepje voor door de lage(re) abonnementskosten.
Een pakket is zeker geen goede optie voor de mensen die hun vaste telefoon intensief gebruiken, dus veel bellen naar gsm’s of naar het buitenland. Dan kan men honderden euro’s sparen door –vooral- een goedkope telefoonformule en een voordelig internettarief te combineren met digitale tv. De consument zit dan wel opgescheept met drie verschillende contracten, maar in de huidige marktsituatie loont dit extra papierwerk zeker de moeite.
Het einde van de alleenheersers: een handleiding
Om de prijzen op de telecommarkt te doen dalen, moet de concurrentie gevoelig stijgen. Met het oog op die concurrentie, is er nood aan een discussie zonder taboes over de functionele scheiding van Belgacom en over het openstellen van de kabel. Belgacom moet worden opgedeeld in enerzijds een bedrijf dat telecomdiensten aanbiedt en anderzijds een onafhankelijke netwerkbeheerder die erop toeziet dat ook andere providers toegang krijgen tot het netwerk. Voor de kabel is een soortgelijke hervorming nodig: alternatieve providers moeten gebruik kunnen maken van de regionale kabeloperatoren.
Om dit te bereiken, moet de regulator van de sector, het BIPT, de middelen krijgen om krachtdadig op te treden. Daarnaast is het nefast voor de markt dat de Staat 53,5 % van de aandelen van Belgacom bezit. Dat levert een aardig dividend op, wat zeker in crisistijd niet te versmaden is. Maar voor de andere providers is het geen goede zaak, en de kans op belangenconflicten is reëel. Ten slotte vraagt Test-Aankoop dat het aanbod van de providers transparanter wordt. De verschillende formules moeten zonder al te veel moeite met elkaar kunnen worden vergeleken, bv. aan de hand van duidelijke en volledige fiches.
Om de Belgische internetmarkt, met zijn veel te hoge tarieven, in beweging te krijgen, roept Test-Aankoop op om de petitie «Internettarieven: Trop is teveel! » te ondertekenen op www.test-aankoop.be/goedkoperinternet.

Favorieten
Email
Google
Myspace
Facebook
Live
Del.icio.us
Twitter