Geneesmiddelen voorgeschreven op stofnaam: nood aan meer oog voor de patiënt
Apothekers hebben niet altijd genoeg aandacht voor de behoeften en de portemonnee van de patiënt. Zo blijkt uit cijfers van Christelijke Mutualiteit en een onderzoek dat Test-Aankoop voerde in 148 apotheken. Hierbij vroegen anonieme onderzoekers om twee verschillende geneesmiddelen op basis van een voorschrift op stofnaam. Wanneer de arts voorschrijft op stofnaam, kan de apotheker in overleg met de patiënt uit diverse geneesmiddelen met dezelfde actieve stof het meest geschikte kiezen. Volgens Test-Aankoop en CM houden de meeste apothekers echter nog altijd onvoldoende rekening met therapeutische en financiële overwegingen. Bij aflevering van een geneesmiddel tegen chronische hoge bloeddruk vroegen 2 op 3 apothekers bovendien niet welk geneesmiddel de hen nochtans onbekende patiënt gewend was te nemen. Tijdens het onderzoek verstrekte slechts 12 % van de apothekers in beide gevallen het goedkoopste geneesmiddel, terwijl 4 % telkens naar het duurste greep. Zelfs als een geneesmiddel niet meer voorradig was, bestelde de meerderheid niet het goedkoopste geneesmiddel, maar doorgaans het iets duurdere van Eurogenerics. Al geeft het voorschrift op stofnaam de apotheker de mogelijkheid om zijn rol van raadgever ten volle uit te oefenen, toch schiet die hierin nog te vaak tekort.
Sinds 1 oktober 2005 mogen artsen voorschrijven op stofnaam. In plaats van een merknaam noteren ze dan de internationale benaming van de actieve stof. Zodoende kan de apotheker in samenspraak met de patiënt kiezen voor het meest geschikte en goedkoopste geneesmiddel met die actieve stof. In de praktijk kunnen zorgverleners echter nog meer inspanningen leveren, zo blijkt uit de onderzoeksresultaten die Test-Aankoop publiceert in Test Gezondheid van februari.
Artsen kunnen nog vaker voorschrijven op stofnaam
Volgens gegevens van het Riziv is slechts 2,4 % van alle verkochte geneesmiddelen waarvan er een generiek bestaat, voorgeschreven op stofnaam. Dat cijfer kan nog omhoog, aldus Test-Aankoop en CM. Beide zijn voorstander van het voorschrift op stofnaam (VOS) en benadrukken nogmaals de voordelen ervan. Ten eerste zorgt de internationale benaming voor meer duidelijkheid bij zorgverleners en patiënten. Ten tweede maakt het voorschrift op stofnaam een duidelijke taakverdeling mogelijk: de arts staat in voor de diagnose en therapie, de apotheker voor de continuïteit van de zorg en de medicijnkeuze. Ten derde levert de keuze voor goedkope geneesmiddelen zowel de patiënt als het Riziv een besparing op.
Natuurlijk moet de arts vrij blijven om een bepaald merk voor te schrijven als de patiënt dat al langer gebruikt of als hij dat voor hem het meest geschikt acht.
Meer aandacht van apothekers voor continuïteit van de zorg en prijs
De anonieme onderzoekers gingen in 148 apotheken langs met een voorschrift op stofnaam. Het betrof captopril tegen chronische hoge bloeddruk en fluconazol tegen een acute vaginale schimmelinfectie. Weliswaar handelden de apothekers zowat allemaal conform de wet op het VOS door een geneesmiddel af te leveren waarvoor de patiënt geen supplement betaalt. Daarentegen peilden ze voor captopril te weinig naar de behoeften van een voor de apotheker nieuwe patiënt en maakten ze voor beide geneesmiddelen niet altijd de voordeligste keuze.
Aangezien captopril continu genomen wordt bij hypertensie, spelen de ervaringen en gewoontes van de patiënt een rol bij de medicijnkeuze. Toch vroeg slechts 1 op 3 apothekers of de patiënt het geneesmiddel kende en wat hij gewoonlijk nam, ook al bezocht die de apotheek voor het eerst. Bovendien verstrekte maar 16 % het goedkoopste geneesmiddel (Sandoz), terwijl 60 % koos voor een alternatief dat de helft duurder was (EG).
In het geval van het eenmalig in te nemen geneesmiddel fluconazol leverde 45 % van de apothekers het (op één na) goedkoopste geneesmiddel af (Sandoz of Teva). Nog eens 45 % verkoos het iets duurdere alternatief van Doc of EG en 4 % greep naar het duurste uit het gamma, namelijk Diflucan.
Meer besparen kan!
Test-Aankoop deed eerder al onderzoek naar de rol van de apotheker bij het voorschrift op stofnaam (Test Gezondheid van juni 2006) en komt ook nu tot gelijkaardige conclusies. Apothekers kiezen wel voor vrij goedkope geneesmiddelen, maar te weinig voor de goedkoopste. Geneesmiddelen van de firma Eurogenerics gaan het vaakst over de toonbank. Tijdens het meest recente onderzoek verstrekte slechts 12 % van de apothekers in beide gevallen het goedkoopste geneesmiddel, terwijl 4 % telkens naar het duurste greep. Zelfs als een geneesmiddel niet meer voorradig was, bestelde de meerderheid van de apothekers niet het goedkoopste geneesmiddel, maar doorgaans het iets duurdere van EG. Test-Aankoop noemt het ontstellend dat de prijs zelfs in dat geval van geen tel blijkt!
De vaststellingen van de consumentenorganisatie worden overigens bevestigd door cijfers van de Christelijke Mutualiteiten: bij de aflevering van captopril 50 mg, 60 tabletten in de periode van juli 2007-juli 2008 koos een minderheid van de apothekers voor het goedkoopste geneesmiddel en 70% voor dat van EG. Ook wat fluconazol betreft, beschikt CM over gelijkaardige cijfers.

Favorieten |
Email |
Google |
Myspace |
Facebook |
Live |
Digg |
Del.icio.us |
Msn Reporter |
Bligg |
StumbleUpon |
Favorieten
Email
Google
Myspace
Facebook
Live
Digg
Del.icio.us
Msn Reporter
Bligg
StumbleUpon