Onze luchtvaartbrochure gekeurd en goed bevonden!
In 2007 realiseerde Test-Aankoop (in samenwerking met de vzw Onafhankelijke Organisatie ter Bescherming van de Consument, en met het ECC, dit is het Europese Centrum voor de Consument) op verzoek van toenmalig minister van Mobiliteit R. Landuyt een informatiebrochure "Uw rechten als luchtreiziger". In die brochure werd enerzijds aandacht besteed aan uw rechten als passagier wanneer u bv. via het internet enkel een vliegticket koopt, en anderzijds aan uw rechten wanneer u als reiziger een zgn. pakketreis of op maat samengestelde reiscombinatie, bv. een vlucht gecombineerd met een hotelverblijf, boekt. Dit laatste kan zowel bij een touroperator (zoals Jetair of Thomas Cook; de wet heeft het over "reisorganisator") als bij een gewoon reisbureau ( de wet heeft het dan over een "reisbemiddelaar"), dat bij de verkoop van zulke reis "à la carte" niet optreedt als bemiddelaar maar als reisorganisator.
Wie is aansprakelijk?
Dit onderscheid tussen een reisbemiddelaar en een reisorganisator is zeer belangrijk. Eerstgenoemde is in de regel enkel aansprakelijk indien u hem een fout, tekortkoming of nalatigheid kunt verwijten (en indien u dit kunt bewijzen!). Op een reisorganisator rust daarentegen een zgn. resultaatsverbintenis, hetgeen betekent dat hij vermoed wordt aansprakelijk te zijn wanneer er tijdens de reis iets misloopt, behalve indien hij kan bewijzen dat het reisprobleem te wijten is aan een fout van een buitenstaander of "derde" (die dus niets te maken heeft met de reisorganisator), aan een fout van de reiziger zelf, of aan zgn. overmacht.
Eis Vlaamse reisbureaus afgewezen
Kort na het verschijnen van deze infobrochure daagde de VVR (Vereniging van Vlaamse Reisbureaus) de vzw OOBC en Test-Aankoop voor de rechtbank, omdat volgens haar de brochure foutieve begrippen zou hanteren, en onvolledig en beledigend zou zijn voor haar leden. De VVR vroeg aan de rechtbank om de verspreiding van de brochure te verbieden, maar zowel de Brusselse Rechtbank van Koophandel (vonnis van 13 februari 2008) als het Hof van Beroep van Brussel (uitspraak van 5 mei 2010) wezen de eis én de argumenten volledig af, en veroordeelden de VVR tot de proceskosten van beide procedures. Om deze onverantwoorde procedure niet op de spits te drijven stelde TA geen tegeneis in – met mogelijke eis tot bijkomende schadevergoeding – wegens het indienen door de VVR van een zogenoemd "tergend en roekeloos geding", zoals de wet dit voorziet.

Favorieten
Email
Google
Myspace
Facebook
Live
Del.icio.us
Twitter