Humaan papillomavirus
Het humaan papillomavirus (HPV) komt veelal voor in de genitale en anale zone van zowel mannen als vrouwen. Een HPV-infectie is courante seksueel overdraagbare aandoening: de meeste mensen maken gedurende hun seksueel actieve leven wel één of meerdere HP- infecties door. Meestal merken ze daar echter niets van en gaat de besmetting (net zoals een verkoudheid) vanzelf weer over. Bij sommige vrouwen houdt de infectie echter hardnekkig stand. Dan bestaat het gevaar dat er zich kwaadaardige cellen gaan ontwikkelen, die aanleiding kunnen geven tot baarmoederhalskanker.
Baarmoederhalskanker treft vooral vrouwen tussen 30 en 50 jaar. Deze vorm van kanker ontstaat meestal in het overgangsgebied tussen de baarmoederhals en de baarmoedermond en wordt vrijwel altijd veroorzaakt door het humaan papillomavirus (HPV). Er bestaan zowat 35 anogenitale HPV-types, waarvan er 15 baarmoederhalskanker kunnen veroorzaken. De overige types kunnen aanleiding geven tot genitale wratten.
De ontwikkeling van baarmoederhalskanker wordt voorafgegaan door een voorloperstadium, waarin afwijkende cellen zich zeer traag ontwikkelen tot kanker. Door screening is de ziekte in een vroeg stadium op te sporen, nog voor er sprake is van kanker. Daarom is het aanbevolen om de 3 jaar een uitstrijkje te nemen bij vrouwen van 25 tot 65 jaar.
Er zijn twee vaccins beschikbaar tegen het humaan papillomavirus: Gardasil en Cervarix. Geen van de bestaande vaccins kan echter garanderen dat u nooit baarmoederhalskanker krijgt. Aangenomen wordt dat bij tijdige vaccinatie (d.w.z. voor het eerste seksueel contact) tot 70 % van de gevallen van baarmoederhalskanker kunnen worden voorkomen. Regelmatige controle via een uitstrijkje blijft dus noodzakelijk. Vooralsnog is het de enige manier waarop de arts afwijkingen kan opsporen die tot baarmoederhalskanker kunnen leiden.