Alternatieve brandstoffen: beter even wachten
28/9/2011
Onder invloed van de aanhoudend stijgende energieprijzen en de steeds strengere milieunormen trachten de constructeurs elkaar sinds kort de loef af te steken om alternatieven aan te bieden voor de klassieke verbrandingsmotor op benzine en diesel. Sommigen gaan daarin zover dat ze zowat hun toekomst op het spel zetten met oplossingen zoals de volledig elektrische wagen. Is de tijd gekomen om over te schakelen op deze technologie, eventueel in combinatie met een klassieke verbrandingsmotor?
‘Klassiek’ versus ‘alternatief’
Wij hebben 10 voertuigen geselecteerd die wij twee aan twee hebben vergeleken. Drie keer hebben we de klassieke versie en de alternatieve versie van eenzelfde model naast elkaar geplaatst. Wanneer dergelijke tweelingbroertjes niet bestonden, hebben wij twee modellen met elkaar vergeleken die elkaar sterk benaderen qua afmetingen en algemene kenmerken.
De alternatieve oplossingen blijven niet noodzakelijk beperkt tot kleine stadswagens. Daarom hebben wij u een zo breed mogelijke waaier willen voorstellen. Zo hebben we twee versies van de kleinste wagen op de markt met elkaar vergeleken, de Smart Fortwo, maar ook stadswagens zoals de Peugeot iOn, de Opel Agila en de twee Honda’s Jazz en twee uitvoeringen van de VW Golf, de standaard voor de kleine gezinswagen. Ten slotte ook twee middelgrote gezinswagens: de Lexus CT 200 hybride en de Citroën DS4 diesel.
Merk op dat de elektrische Smart niet beschikbaar is voor de verkoop vóór 2012. Hij wordt enkel aangeboden in langdurige leasing, tegen een zeer hoge prijs.
De hybrides, alternatief voor de zwakke autonomie van de batterijen
Sommige constructeurs hebben volledig elektrische modellen ontwikkeld, voornamelijk bestemd voor gebruik in de stad. Deze voertuigen hebben een autonomie van een honderdtal kilometer, wat in de meeste gevallen voldoende is.
Andere fabrikanten hebben de voorkeur gegeven aan een oplossing die de kool en de geit spaart. Zo ziet men hybride modellen verschijnen die een elektrische motor met een benzinemotor combineren. Met deze techniek kan men een van de tere plekken van de elektrische aandrijving omzeilen: de autonomie van de batterijen. Bij een hybride model worden deze immers gevoed door de benzinemotor, zonder dat men regelmatig halt moet houden voor een herlaadbeurt. Die herlaadbeurt kan overigens behoorlijk wat tijd in beslag nemen.
Verder zijn er ook voertuigen die op twee verschillende brandstoftypes kunnen rijden: benzine en lpg, dat de reputatie heeft minder vervuilend te zijn… en een slok op de borrel te schelen.
Tot slot moet worden gezegd dat de aankoopprijs van een elektrische wagen schrikwekkend hoog is, maar dat een deel van de meerprijs wordt gecompenseerd door financiële stimuli van de overheid.
Stil, weinig vervuilend… maar duur
Vanuit ecologisch en akoestisch standpunt is de aankoop van een gedeeltelijk elektrische wagen gerechtvaardigd. Hoewel, deze modellen stoten zeker minder C02 uit, maar het verschil met een klassieke wagen is toch teleurstellend klein, en dan zeker bij de hybrides. Verder zijn er nog andere elementen die u in rekening moet brengen, zoals de ecologische voetafdruk van de productie van deze modellen.
Financieel gezien is het een dubbeltje op zijn kant. De prijs per kilometer ligt systematisch lager bij hybride of elektrische voertuigen, maar dit voordeel wordt tenietgedaan door de hogere aankoopprijs. Zo kost de Peugeot iOn liefst driemaal zoveel als de Opel Agila. Een rekensom leert dat u al 370 000 km moet afleggen om het verschil in aankoopprijs te compenseren. En dan hebben we het nog niet over de kosten voor de vervanging van de batterijen…
Voor de auto op lpg in onze test - de VW Golf 1.6 LPG - was de kilometerprijs vrijwel identiek aan die van zijn broertje op diesel, ondanks de beduidend lagere brandstofprijs.
- Artikel: "Auto's: welke aandrijving wint?" (Test-Aankoop 557, oktober 2011)
- Tabel: "Alternatieve energieën vs. Klassieke energieën: resultaten van de test"

Favorieten
Email
Google
Myspace
Facebook
Live
Del.icio.us
Twitter